De zeepkistenrace

Het robotje Opticom zit achter het huis, lekker lui in het zonnetje, als opeens zijn buurmeisje Liesje aan komt lopen. ‘Hoi Rocom, ga je ook nog meedoen met de zeepkistenrace?’ vraagt Liesje. Ze noemt het robotje Opticom altijd Rocom, omdat zijn opa hem ook altijd zo noemt. Rocom kijkt verbaasd op. ‘Wat is dat?’ vraagt hij. ‘Nou, dat is een autorace met een zelf gemaakte auto van een zeepkist,’ vertelt Liesje.

Rocom heeft al heel veel dingen gemaakt, maar nog nooit een auto en al helemaal geen auto van een zeepkist. Rocom heeft ook geen idee hoe zo’n zeepkistauto er uit ziet, maar het lijkt hem best wel leuk om zoiets te maken. Liesje geeft Rocom een folder waarin staat wanneer de race is en hoe een zeepkistauto er uit moet zien. ‘De race is zaterdag en begint om twee uur bij de heuvel van Pompiedoe,’ zegt Liesje. Die heuvel kent Rocom wel, dat is een hoge berg naast het huis van de burgemeester Pomp. ‘Ja, ik doe mee,’ zegt Rocom enthousiast. Liesje gaat weer naar huis en Rocom gaat op zoek naar opa om te vragen of hij misschien een idee heeft hoe een zeepkistauto gemaakt moet worden.

Opa kijkt bedenkelijk als Rocom hem vraagt naar een zeepkistauto. Hij herinnert zich maar al te goed dat hij vroeger ook een keer heeft meegedaan aan zo’n zeepkistenrace, maar dat liep niet zo heel goed af. ‘Ze noemen dat meestal gewoon een zeepkist hoor, geen zeepkistauto,’ zegt opa. ‘Weet je wat? Ik ga je helpen, want een zeepkist maken vind ik ook heel erg leuk.’ Opa zegt verder niets over de zeepkistenrace van toen hij nog klein was. Rocom is eigenlijk best wel nieuwsgierig naar wat er toen allemaal is gebeurd, maar als opa er niet over wil praten, dan is dat ook goed.

Opa heeft misschien nog wel wat spullen in de schuur om een zeepkist te maken en samen met Rocom gaat hij op zoek. De vier wielen van Rocom zijn oude skelter kunnen heel goed gebruikt worden voor het onderstel en opa weet ook nog dat er op zolder een grote houten kist staat, die vroeger werd gebruikt om zeep in te doen. Tegenwoordig bewaart opa daar zijn appels in. De kist wordt snel leeggemaakt en voorzichtig naar beneden gedragen. ‘Het ruikt nog wel een beetje naar appels en zeep opa,’ zegt Rocom plagend. De rest van de dag zijn opa en Rocom hard aan het werk. Ze zagen, meten, timmeren, schroeven en schuren als twee echte zeepkistmakers.

Ziezo, de zeepkist is bijna klaar, alleen moet hij nog in een mooie kleur worden geschilderd. Dat doet Rocom morgen wel, want het is nu tijd om te gaan slapen en zijn batterijen op te laden.

De volgende morgen is Rocom al vroeg wakker. Hij heeft bijna geen tijd voor het ontbijt en gaat snel, gewapend met een grote kwast, naar de schuur. Daar zoekt Rocom een mooie kleur verf. Licht groen, want dat past het best bij een echte zeepkist, vindt Rocom. De banden worden nog even extra hard opgepompt en klaar is Kees, uhhh… ik bedoel klaar is Rocom. De zeepkist is af en wat Rocom betreft kan de wedstrijd beginnen. Oefenen, zoals opa heeft gezegd, lijkt hem niet nodig. Zo moeilijk kan het rijden in een zeepkist immers niet zijn.

Eindelijk is het zaterdag en opa helpt mee om de zeepkist naar de heuvel van Pompiedoe te brengen. Het is behoorlijk druk en er zijn al een heleboel verschillende zeepkisten. ‘Kijk, daar is Liesje ook opa,’ zegt Rocom. Liesje heeft samen met haar grote broer ook een zeepkist gemaakt, die bijna net zo mooi is als die van Rocom. Alleen die roze kleur, dat vindt Rocom niet zo heel erg mooi. Licht groen is veel mooier.

Best wel spannend allemaal, er staan heel veel mensen aan de kant en kijk, daar bij de start staat burgemeester Pomp. Voordat de wedstrijd begint wordt door de burgemeester uitgelegd wat de bedoeling is. De race wordt gestart als die meneer daar met een vlag zwaait. Daarna moet iedereen zo snel mogelijk de heuvel van Pompiedoe af en wie het eerst beneden bij de finish is, heeft gewonnen. Daar beneden staat ook iemand met een vlag, een mooie gele vlag.

Iedereen staat klaar voor de start. Rocom een beetje aan de kant, maar wel naast Liesje. Die meneer met de vlag zwaait en alle zeepkisten gaan de heuvel af. Wat gaat dat lekker hard, denkt Rocom. Hij gaat harder, harder, nog harder, nog veel harder en dan… oeps… Rocom vergeet om te sturen, hij gaat zo snel, dat hij helemaal niet ziet dat er een bocht in de weg zit. Oei… daar gaat Rocom… holderdebolder… dwars door de heg van mevrouw Rozenboom en komt precies midden tussen haar prachtige bloemen tot stilstand. Dat was niet de bedoeling, denkt Rocom geschrokken en hij weet niet goed waar hij moet kijken. Mevrouw Rozenboom is een beetje een brombeer, ze is oud, heel erg oud, ze was zelfs al oud toen opa nog klein was.

Ja hoor, daar komt mevrouw Rozenboom al aan. Ze zwaait met haar wandelstok en ziet er heel erg boos uit. Mevrouw Rozenboom is erg trots op haar bloemen en daar is nu niet veel meer van over. Gelukkig komt opa er ook al aan en hij probeert mevrouw Rozenboom een beetje te kalmeren. Opa belooft om alles op te ruimen en voor nieuwe bloemen te zorgen. Mevrouw Rozenboom moppert nog wat, kijkt eerst naar opa en dan naar Rocom en zegt: ‘Jij bent al net zo’n brokkenpiloot als je opa vroeger was, hij heeft toen hij klein was ook al eens mijn mooie bloemen omver gereden.’

Rocom heeft de wedstrijd niet gewonnen, maar hij weet nu wel precies hoe opa zijn zeepkistenrace vroeger is afgelopen en waarom hij er niet over wil praten. Wie deze wedstrijd heeft gewonnen weet Rocom niet, maar hij wil de volgende keer zeker weer meedoen, maar dan gaat hij wel eerst heel goed oefenen.

<- Robotjes avonturen