Vissen in het blauwe ijsmeer

Het is een prachtige dag. De zon schijnt en er is bijna geen wind. Een mooie dag om te gaan vissen, bedenkt het robotje Opticom zich, terwijl hij zich in z’n bed nog even lekker omdraait.

‘Rocom, kom je eindelijk eens uit bed?’ roept een stem vanuit de gang. ‘Ja, ik kom al,’ antwoordt het robotje en krabbelt uit bed. Die stem is van Opa (die noemt robotje Opticom namelijk altijd Rocom) en als opa roept, dan kan je maar beter snel opstaan.

Zo gezegd, zo gedaan. Rocom kijkt eerst of zijn batterij goed is opgeladen, hij kijkt nog even in de spiegel of alle onderdelen nog op de juiste plaats zitten en gaat dan snel naar beneden.

‘Opa, mag ik straks gaan vissen?’ vraagt Rocom, waarop Opa zegt ‘Goed hoor, maar doe wel voorzichtig, zodat je niet weer in het water valt.’ Ja, dat is waar ook, Rocom is vorige week nog per ongeluk in het water gelopen en de andere morgen kon je zelfs al roest zien op zijn buik. Samen met Opa heeft hij het er toen allemaal afgepoetst en Rocom wil dit liever niet nog een keer meemaken.

Gewapend met een hengel, een half wit brood, een viskoffer, een emmer en een schepnet gaat Rocom fluitend op pad. Voor alle zekerheid heeft hij ook nog een handdoek meegenomen, want je weet maar nooit. Rocom twijfelt nog of hij naar het blauwe ijsmeer gaat, of naar de sloot aan de andere kant van het bos. In die sloot is een mooie visplek waar hij al eens bijna een hele grote vis heeft gevangen. Maar in het blauwe ijsmeer zitten weer veel meer vissen. Rocom kiest uiteindelijk voor het meer. Het heet het blauwe ijsmeer omdat er vaak blauwe reigers en ijsvogels te zien zijn.

Na een poosje gooit Rocom dan eindelijk zijn dobber in het water. Hij vist nooit met een haak, want dat vindt hij zielig voor de vissen. Nee, Rocom knoopt gewoon een stukje brood aan het einde van de visdraad. Dat vinden de vissen lekker en het doet geen pijn als ze er in bijten.

Eigenlijk heeft Rocom nog nooit een echte vis gevangen, behalve dan bijna die ene grote vis in de sloot aan de andere kant van het bos. Nou ja, ook wel een keer iets dat op een vis leek, maar dat was toen een groot eikenblad in de vorm van een vis die op het water dreef.

Dan opeens ziet Rocom zijn dobber bewegen om daarna met een flinke ruk onder water te verdwijnen. Van schrik vergeet hij helemaal om zijn hengel op te halen. Tja, en toen was de vis natuurlijk al weer weg. En het stukje brood ook.

Treurig kijkt Rocom over het water en dan opeens ziet hij een enorme grote vis die met een sierlijke sprong uit het water omhoog komt om daarna weer plat op het water te vallen. Daarbij maakt de vis een plons en dat veroorzaakt een flinke golf water die precies bovenop Rocom terecht komt. Verbeeldt hij het zich of hoor hij de vis echt zeggen: ‘Bedankt voor het lekkere broodje.’

Heel snel droogt Rocom zich af, want weer een roestplek op zijn buik, dat wil hij liever niet. Gelukkig maar dat hij aan die handdoek heeft gedacht. Rocom pakt zijn spullen bij elkaar en gaat snel naar huis.

‘Opa, opa!’ roept Rocom. Opa kijkt verschrikt op en vraagt ‘Wat is er aan de hand Rocom, ben je in het water gevallen?’ Rocom moet eerst even op adem komen. Nou ja, bij wijze van spreken, want robotjes ademen natuurlijk niet echt, maar ze kunnen wel heel erg moe worden. ‘Opa, ik heb bijna een hele grote vis gevangen die wel honderd meter lang was. Hij sprong heel hoog uit het water en hij kon ook praten,’ zegt Rocom. Opa lacht en zegt ‘Ik wist niet dat jij ook Latijns kan spreken Rocom, knap hoor!’

Een beetje beduusd kijkt Rocom op, want hij heeft geen idee meer wat hij precies heeft gezegd. En dat hij Latijns kan spreken weet hij eigenlijk ook niet, maar dat is misschien door de laatste update gekomen. ‘Ja opa, best wel knap hé?’ Opa weet niet meer waar hij moet kijken van de pret en bulderend van het lachen zegt hij ‘Nou Rocom, dat verhaal over die vis van jou, dat is nou eens echt visserslatijn!’

<- Robotjes avonturen