Met een fraaie sierlijke duik springt Liesje de bever in het water. Zwemmen is wat ze het liefst doet. Ja, en natuurlijk dammen of burchten bouwen. Een burcht is een heel groot hol naast het water, onder de grond. Daar woont ze samen met haar broertjes en zusjes.
Het zonnetje schijnt en Liesje de Bever vindt het tijd voor haar dagelijkse schoonheidsslaapje. Dat moet dan natuurlijk in een leger. Een leger is een kuiltje aan de rand van het meer, vlak bij het grote bomenbos. Liesje de Bever heeft dat gisteren gemaakt van houtsnippers en kleine takjes. Het leger is nog niet helemaal af, maar dat ziet ze morgen dan wel weer. Je kan er tenslotte nu al heerlijk in de zon liggen luieren en genieten van de rust. Zo gezegd, zo gedaan…

“Kwaaak, kwaaaaaak” Liesje de Bever schrikt wakker. “Wie is daar?” roept ze. “Kwaaak, ik ben het Kobus.” Kobus is de buurtkikker en hij komt vaak langs voor een kopje thee of een gezellig praatje. Maar nu is het anders, Kobus de Kikker ziet er vandaag ook wel heel erg groen uit en het lijkt wel of dat hij heel erg is geschrokken. “Wat is er aan de hand?” vraagt Liesje de Bever.
“Nou, ik zit net lekker om mijn waterlelieblad vliegjes te vangen, zie ik boven in de boom een grote dikke reiger zitten koekeloeren.” stamelt Kobus de Kikker geschrokken. “Hij is vast van plan om mij op te gaan eten.”
“Kalm maar Kobus, kom maar mee naar onze burcht, dan mag je daar wel even wachten totdat ik het probleem heb opgelost.” Kobus de Kikker springt achter Liesje de Bever aan en gaat snel in een hoekje van de burcht zitten, nog een beetje bibberend van de schrik.
Liesje de Bever gaat op onderzoek uit. Ze heeft wel beloofd om het probleem op te lossen, maar ze heeft nog geen idee hoe. Eerst maar eens even kijken of er echt een reiger is en waar die dan precies zit.
Oei, daar zit hij, boven in die boom aan de kant van het water. “Vort meneertje reiger, wegwezen en vlug een beetje!” roept Liesje de Bever omhoog. De reiger kijk naar beneden en roept terug “Dat ben ik niet van plan juffrouwtje bever, ik kan hier vandaan heel goed zien waar lekkere kikkers zitten.”

Liesje de Bever hoeft niet lang meer na te denken en gaat doen wat bevers het allerbest kunnen, namelijk knagen. Supersnel knaagt ze de boom omver waar de reiger bovenin zit. De gemene reiger kon nog maar net op tijd wegvliegen, anders was hij onder de boom terecht gekomen. Mopperend vliegt de reiger weg “Ik vond het hier toch al helemaal niet leuk.”
Kobus de Kikker is heel blij dat de reiger was weggejaagd en vroeg of hij nog even moest helpen met het opruimen van de boom. “Nou, graag” zegt Liesje de Bever “ik zal de boom in stukjes knagen en dan mag jij de houtsnippers en blaadjes naar mijn leger brengen.”
Liesje de Bever en Kobus de Kikker werken die middag nog door totdat het donker wordt. “Pfff, dat was hard werken Liesje” zegt Kobus de Kikker. “Ja, nou en of” antwoord Liesje de Bever “maar nu is mijn leger wel helemaal af en kunnen we er misschien morgen samen lekker in gaan liggen luieren.”
“Dan zet ik twee lekkere kopjes vliegenthee.” glimlacht Kobus de Kikker, waarop Liesje de Bever antwoord “Bah, doe maar gewoon twijgjes thee hoor, net als anders.”
