‘Rocom, Rocom, waar ben je?’ Het kleine robotje Opticom, of eigenlijk Rocom zoals zijn opa hem altijd noemt, kijkt verbaasd op. Hij is druk bezig met een grote legpuzzel die hij van opa heeft gekregen. Liesje, het buurmeisje van Rocom staat in de deuropening. ‘Ik mag morgen op school een spreekbeurt houden,’ zegt ze. ‘En mijn spreekbeurt gaat over robotjes,’ voegt ze er aan toe. ‘O, leuk,’ zegt Rocom die niet goed begrijpt waarom Liesje daarover zo opgewonden is. ‘Ja, en ik wil vragen of jij met me mee wil, zodat iedereen kan zien wat een echte robot is en wat die allemaal kan.’ Oei, daar schrikt Rocom wel een beetje van. Hij vindt het wel leuk om een keertje mee te gaan naar school, maar om nou voor alle kinderen van de klas iets te doen of te vertellen vind hij best wel een beetje eng. Rocom wil Liesje niet teleurstellen en dus zegt hij dapper dat hij wel mee wil gaan.

De volgende ochtend staat Liesje al heel vroeg bij Rocom voor de deur. ‘Ben je al klaar Rocom, dan gaan we snel naar school,’ vraagt Liesje. Rocom knikt van ja. Eigenlijk heeft hij niets anders gedaan dan elke morgen, dus ja, hij is klaar. Opa kijkt om een hoekje van de krant en roept ‘Veel succes hoor!’ De twee vriendjes horen het niet meer, ze zijn al weg.
De meeste kinderen van de school hebben Rocom al wel eens gezien. Pas nog bij de zeepkistenrace, maar toen was hij na afloop al weer snel terug naar huis. Nu zijn ze nog nieuwsgieriger, want wat zal Liesje allemaal vertellen over dat grappige kleine robotje tijdens haar spreekbeurt? Hoe zou het zijn om een robotje als vriend te hebben?

De schoolbel klinkt en alle kinderen gaan naar binnen. Liesje trots voorop, hand in hand met Rocom. ‘Ik ben eigenlijk wel een beetje zenuwachtig,’ zegt Rocom. ‘Niet nodig hoor Rocom, het komt best wel goed,’ zegt Liesje en ze wijst Rocom een mooi plekje naast haar in de klas. Dan komt juf Ank binnen. ‘Goeie morgen kinderen,’ zegt ze en alle kinderen groeten vrolijk terug. Juf Ank is de liefste juf van de hele school en daar zijn alle kinderen wel blij mee. Nou ja, alleen Tom niet, die is heel vaak stout en moet dan voor straf nablijven. Juf Ank kijkt de klas rond en ziet Rocom zitten. Ze weet wel dat Liesje een spreekbeurt gaat houden, maar ze weet niet precies waarover. Ze heeft nu al wel een vermoeden. ‘Dag meneertje robot, wie ben jij?’ vraagt Juf Ank. Rocom schrikt er van en antwoord verlegen ‘Ik ben Rocom juf, eigenlijk heet ik robotje Opticom, maar mijn opa noemt me altijd Rocom.’ Juf Ank glimlacht ‘Nou van harte welkom in de klas van Liesje hoor Rocom.’

De eerste les vanmorgen gaat over rekenen. Rocom mag niet meedoen, want robotjes kunnen al heel erg goed rekenen. Dat komt omdat ze een soort computer en een speciale rekenprocessor hebben. Na het rekenen gaan de kinderen schrijven. Rocom doet daar ook niet aan mee omdat hij eigenlijk helemaal niet kan schrijven. Nou ja, wel een heel klein beetje, maar dat kan niemand lezen, zo slordig is dat. Opa zegt dat hij met hanenpoten schrijft, maar dat klopt niet. Hij schrijft echt wel met zijn handen. Rocom kan wel heel goed typen op een toetsenbord, maar dat is vandaag niet de bedoeling. Gelukkig is de les snel voorbij en mag Liesje haar spreekbeurt houden.

Samen met Rocom gaan ze voor in de klas staan. Rocom bibbert als een juffershondje, zo zenuwachtig is hij. Liesje begint te vertellen dat Rocom een echte robot is en hij bijna alles kan wat kinderen ook kunnen. Er is alleen één ding dat Rocom niet kan en dat is zwemmen. Rocom is veel te zwaar en hij mag van opa eigenlijk ook niet nat worden. Dan kunnen zijn onderdelen vastroesten en dat is geen fijn gevoel. Liesje vertelt wat ze allemaal heeft meegemaakt met Rocom. Ze heeft het over voetballen, over de zeepkistenrace, over de avondvierdaagse en nog veel meer. Alle kinderen en de juf luisteren aandachtig. Zo’n mooie en spannende spreekbeurt hebben ze nog nooit gehoord. Als Liesje klaar is met vertellen, staat de juf op en vraagt aan Liesje of de kinderen ook vragen mogen stellen aan Rocom. Liesje kijkt Rocom aan en die knikt van ja, maar het liefst gaat hij nu snel naar huis.

Bijna alle kinderen steken hun vinger op, want iedereen wil wel wat vragen aan Rocom. Als eerste is Linda aan de beurt. ‘Ben jij ook sterk?’ vraagt ze. ‘Ja hoor, heel sterk,’ zegt Rocom en om dat te bewijzen tilt hij met een hand de stoel van Juf op. Oei, dan kun je maar beter geen ruzie met Rocom maken, zie je de grote stoere jongens van de klas denken. Dan steekt Tom zijn vinger op. ‘Ja Tom, wat wil jij aan Rocom vragen?’ zegt Juf. ‘Ben jij ook wel eens stout?’ vraagt Tom. Rocom schrikt wel een beetje van de vraag, want hij mag van opa nooit jokken. ‘Nou… uhhh… nee hoor, nou ja, ik ben misschien soms wel een heel klein beetje ondeugend, maar dat zijn kinderen soms ook wel eens.’ De juf glimlacht en zegt dat dat zeker klopt.
De spreekbeurt is voorbij. ‘Is er nog iets dat je wil vertellen Rocom?’ vraagt juf. Rocom denkt even na en zegt dan dat hij nog wel iets wil vragen aan de juf. ‘Natuurlijk Rocom, wat wil je vragen?’ zegt juf. Rocom gaat er even goed voor staat en zegt dan ‘Nou juf, er zitten twee bananen in de trein, vraagt de ene banaan aan de andere banaan: wat wil jij later worden?’ ‘Wat denkt u dat hij zegt?’ vraagt Rocom. Juf Ank heeft natuurlijk geen idee. ‘Ik wil later RECHTER worden, zegt de andere banaan…’

De juf moet heel hard lachen en ook alle kinderen rollen over de grond van het lachen. Rocom kan echt alles, zelfs leuke grapjes maken.
