Vliegen als een vogel

Het robotje Opticom, of Rocom zoals zijn opa hem altijd noemt, ligt lui op zijn rug in het gras naar de blauwe lucht te kijken. Hij probeert in zijn gedachten van de wolken allemaal dingen te maken en dat gaat eigenlijk best wel gemakkelijk. Kijk, daar is een olifant, daar een schaap en kijk daar eens, een hele grote krokodil.

Rocom kijkt naar de vogels die fluitend boven in de appelboom zitten. Er is er zelfs één die een hapje van een appel heeft gesnoept.

Het lijkt Rocom fantastisch als hij ook zou kunnen vliegen. Dan zou hij natuurlijk niet boven in een boom gaan zitten, maar over de hele wereld vliegen. Hij zou naar Frankrijk gaan en als hij daar zou zijn uitgekeken, doorvliegen naar Engeland. Ja echt, dat lijkt hem fantastisch.

Hoe vliegen vogels eigenlijk? Vraagt Rocom zich af en ja, dat weet hij natuurlijk wel, met fladderende vleugels. Rocom springt op en kijkt om zich heen waar opa is. ‘Opa, opa… mag ik de veren van de kippen uit het kippenhok gebruiken?’ vraagt Rocom. ‘Daar kan ik dan vleugels van maken en ook vliegen.’ Opa kijkt een beetje bedenkelijk. ‘Wil je die veren dan van de kippen afpakken Rocom?’ Maar dat bedoelde Rocom natuurlijk niet. ‘Nee opa, de veren die op de grond en los in het hok liggen,’ zegt Rocom. ‘Alleen de veren die niet meer worden gebruikt bedoel ik.’ Opa vindt het goed en Rocom stapt korte tijd later, gewapend met een grote tas, het kippenhok binnen.

Uren is Rocom bezig met de kippenveren en een grote pot lijm. Hij plakt de veren keurig naast elkaar op een stok, precies zo lang als zijn armen zijn. Dat moet zo vast wel lukken, denkt Rocom.

Uiteindelijk is het zover. Rocom heeft bedacht dat, als hij op een stoel zou gaan staan, het wegvliegen vast wel iets gemakkelijker zou gaan. Vandaar dat hij de keukenstoel midden in de tuin heeft gezet en daar bovenop is geklommen. Hij kijkt nog even in het rond en begint dan te fladderen met zijn armen. Heel snel, nog sneller, nog veel sneller, net zo snel als vogels dat kunnen. Maar wat er ook gebeurt, Rocom blijft met twee benen op de stoel staan. Dan misschien een klein sprongetje, denkt Rocom. Zo gezegd zo gedaan en toen…

Toen ging het mis. Rocom duikelt van de stoel en rolt holderdebolder door de tuin, door het bloemenperkje van opa, door de moestuin, om uiteindelijk tegen de appelboom – waar hij zo graag onder ligt – tot stilstand te komen.

Oei, er zit een deuk in zijn hoofd. Rocom kijkt snel om zich heen. Gelukkig heeft niemand iets gezien. Nou ja, alleen die vogeltjes bovenin die boom die op een tak zitten te fluiten. Het lijkt wel of ze Rocom uitfluiten. Tja, hij is misschien ook wel een beetje te zwaar om met veren te vliegen.

Het is inmiddels al avond en het begint donker te worden. Rocom is best wel een beetje moe en zijn batterijen zijn ook al bijna leeg. Hij is van plan om vanavond vroeg naar bed te gaan. Morgenochtend zal hij wel een nieuw plan bedenken, want opgeven is hij voorlopig nog niet van plan. Nog wel eerst even dat deukje in zijn hoofd uitdeuken.

De volgende ochtend is Rocom al weer vroeg uit de veren. Wel andere veren als die hij gisteren gebruikt heeft om te vliegen hoor.

Na het ontbijt gaat Rocom naar buiten en kijkt nog eens naar die mooie blauwe lucht en de appelboom. Hij krijgt opeens een geweldig idee. Als hij nou eens iets zou maken waarmee hij door de lucht kan vliegen net zoals een vliegtuig.

Ja, dat is het, met een Jetpack. Hij heeft zoiets wel eens bij een computerspelletje gezien. Dat lijkt hem geweldig.

Een Jetpack is een soort ijzeren jas, die je aantrekt en waarbij op je rug dan twee straalmotoren zitten waarmee je kan vliegen. Maar hoe komt hij daaraan?

‘Opa, opa…’ Waar is opa eigenlijk? Rocom kijkt in huis, in de keuken, bovenin de slaapkamer, maar nergens is opa te vinden. Hij zoekt verder in de tuin achter het huis, in de schuur en ja, daar is opa.

‘Opa, mag ik het gereedschap in de schuur gebruiken? Ik wil een Jetpack gaan maken.’ Opa glimlacht en zegt ‘Goed hoor, als je maar voorzichtig bent en niet op je duim slaat of in je vingers zaagt.’

De gehele middag is het kleine robotje Opticom aan het timmeren, zagen, schroeven en natuurlijk ook schilderen. Een mooie gele kleur, want zo hoort een echt Jetpack er uit te zien en opa vindt dat ook een mooie kleur.

Uiteindelijk is het Jetpack klaar. Rocom trekt het aan, zet het apparaat nog even extra vast met een riem om zijn dikke buik en loopt dan triomfantelijk naar buiten. Daar zal hij de vogels wel eens laten zien dat hij ook kan vliegen.

Vol vertrouwen start Rocom de motoren en vliegt direct met een enorme vaart recht omhoog. Hij is daarbij alleen vergeten dat hij onder de appelboom staat. Verschrikt vliegen alle vogels weg en Rocom knalt tegen de bovenste tak van de appelboom. De tak breekt en Rocom duikelt precies één tak naar beneden. Daar blijft hij beteuterd hangen. Boing… daar valt ook nog een appel op zijn hoofd.

Rocom was nog zo van plan om niet als die vogels bovenin een boom te gaan zitten en nu zit hij daar toch.

Opa zag het allemaal gebeuren en heeft moeite om niet in lachen uit te barsten. Snel heeft opa een ladder gehaald en heeft hij Rocom geholpen om weer uit de boom te klauteren. ‘Maar Rocom, je wilde toch vliegen en niet bovenop een tak in de appelboom zitten?’ zegt opa nog plagend, maar Rocom kon er niet heel erg om lachen.

Nee, vliegen met veren of een Jetpack is toch ook niet zo’n goed idee en Rocom weet het nu zeker, vliegen is niets voor robotjes zoals hij.

<- Robotjes avonturen