“Wat is zwart en rood en gaat heel snel onder de grond?” Vragend kijkt meneer Uil in het rond. “Wie weet wat dat is?” vraagt hij nogmaals, omdat niemand iets zegt. Het is stil rond de boomstronk van meneer Uil, want als hij wat verteld, dan hoor je te luisteren en zeker niet te praten. Meneer Uil weet namelijk altijd heel erg veel. “Een mol op een rood fietsje.” zegt hij en daarbij moet hij heel hard om zichzelf lachen. Jan de Muis, Flip de Vleermuis, Liesje de Bever, Egeltje Prik en Momfer de Mol kijken een beetje verbaasd om zich heen en lachen maar een beetje mee. Voor het fatsoen, zullen we maar zeggen.

“Maar hoe weet je nou of er een mol in je tuin zit?” Gaat meneer Uil verder. Het is een poosje stil en uiteindelijk zegt Momfer de Mol “Nou, dan zie je molshopen in de tuin, want daardoor komen we af en toe naar buiten voor wat frisse lucht.” De andere dieren knikken, want als Momfer de Mol het zegt zal dat vast wel zo zijn. “Nee hoor, dan staat er een rood fietsje tegen het hek!” zegt meneer Uil en hij rolt bijna van de boomstronk af van het lachen.
Momfer de Mol grinnikt maar wat, want hij snapt echt niet hoe hij nou onder de grond zou moeten fietsen. Ja, natuurlijk als alle gangen of tunnels gegraven zijn zal het misschien wel lukken, maar die zijn eigenlijk nooit af. Mollen graven nou eenmaal altijd; dag en nacht. Op zoek naar lekkere wormen, spinnen, slakken en andere kleine insecten.
Meneer Uil vliegt weer terug naar zijn woonboom, achter de grote eik, want het is tijd voor zijn middagdutje.
“Zullen we een spelletje gaan doen” vraagt Egeltje Prik. Dat is een goed idee, maar niemand weet goed wat voor spelletje ze dan zouden gaan doen. “Tikkertje of misschien verstoppertje?” vraagt Flip de Vleermuis “Weet je wat ook heel leuk is om te doen?” zegt Momfer de Mol “Een lekkere taart maken en dan samen op eten”. Dat lijkt iedereen een goed plan.
Alle dieren gaan snel naar huis om pannen, potten en bakspullen te halen. Momfer de Mol zet zijn zonnebril af en duikt weer in zijn molshoop. Omdat het altijd donker is onder de grond lijkt het wel alsof het altijd nacht is. Alleen als hij boven de grond komt, doet het licht nogal pijn aan zijn oogjes. Daarom heeft hij af en toe een zonnebril op. En het staat natuurlijk ook nog eens heel erg stoer.
Gelukkig lusten alle dieren ongeveer dezelfde dingen. Alleen Liesje de Bever niet, zei lust helemaal geen wormen en andere kruipgriezels. Nee, Liesje de Bever is vegetarisch, dus eet ze alleen maar kruiden, waterplanten, bladeren, takken en lekkere wortels. Tja, dan moet het dus wel een heel speciale taart worden.

Momfer de Mol heeft de oplossing. “We maken een taart in vijf vakjes en in elk vakje stop je dan het eten dat jezelf lekker vind.”
Zo gezegd, zo gedaan en al snel waren alle dieren van het grote bomenbos aan het bakken; kloppen, roeren en natuurlijk ook af en toe stiekem iets te proeven.
Na een uurtje was de taart af. Wat ziet dat er heerlijk uit.
De taart ziet er niet alleen heel erg lekker uit, maar hij ruikt ook heel erg lekker. Zo lekker dat meneer Uil wakker is geworden en even een kijkje komt nemen. “Hoe hebben jullie zo snel zo’n heerlijke taart gebakken?” vraagt meneer Uil.
Momfer glimlacht en zegt “Nou, alle dieren mochten mijn rode fietsje gebruiken en zo konden ze allemaal heel snel thuis hun spullen en lekkere dingen ophalen voor de taart.” Meneer Uil kijkt in het rond. “Maar waar staat dat fietsje dan?” vraagt hij verbaasd. “Tegen het hekje meneer Uil!” schaterlacht Momfer de Mol.
Nu liggen alle dieren pas echt in een deuk.
